Je wordt wakker en merkt dat het vandaag iets beter gaat. Je hoofd voelt minder zwaar. Je hebt iets meer energie. Misschien lukt het zelfs om weer een paar dingen te doen zonder dat je lichaam direct protesteert.
En precies daar gaat het vaak mis.
Niet omdat je niet weet dat je rustig aan moet doen. Maar omdat er bijna automatisch een andere gedachte achteraan komt: Als ik me iets beter voel, kan ik ook wel iets doen. Even de was. Toch dat bericht beantwoorden. Je partner ontlasten. Een boodschap doen. Misschien alvast nadenken over werk. En voor je het weet ben je niet meer aan het herstellen, maar opnieuw aan het bewijzen dat je iets kunt.
Een paar uur later krijg je hoofdpijn. Je wordt gevoeliger voor geluid. Een gesprek kost ineens veel meer moeite. Je lijf voelt zwaar en de volgende ochtend word je wakker met het gevoel dat je weer terug bij af bent.
Dan volgt vaak de frustratie: “Ik wist eigenlijk al dat dit te veel was. Waarom doe ik het dan toch?” Dat is een vraag die ik in mijn praktijk regelmatig hoor. Vooral van hulpverleners.
Je kunt heel goed voor een ander zorgen en jezelf toch te laat voelen
Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Je werkt misschien in de zorg, ggz, jeugdhulp, het onderwijs of een ander beroep waarin je voortdurend bezig bent met wat een ander nodig heeft.
Je ziet vaak snel wanneer iemand gespannen is.
Je merkt wanneer een cliënt over zijn grens gaat.
Je kunt een collega vertellen dat die niet alles alleen hoeft op te lossen.
En toch kan het ontzettend moeilijk zijn om diezelfde signalen bij jezelf op tijd serieus te nemen.
Niet omdat je het niet snapt. En ook niet omdat je te weinig over burn-out weet. Sommige mensen die bij mij komen, kunnen mij bijna precies uitleggen wat ze anders zouden moeten doen.
Ze weten dat ze rust nodig hebben.
Ze weten dat ze niet elke goede dag volledig moeten benutten.
Ze weten dat herstel niet betekent dat je zo snel mogelijk weer alles moet kunnen.
Maar weten en op het juiste moment anders handelen zijn twee verschillende dingen.
“Ik wil niet dat alles op anderen terechtkomt”
Bij hulpverleners zit er vaak nog iets anders onder.
Rusten betekent namelijk niet alleen: ik doe vandaag minder.
Het kan ook voelen als:
Mijn collega’s moeten mijn werk nu opvangen.
Wie zorgt er voor mijn cliënten?
Mijn partner doet al zoveel.
Mijn gezin heeft nu ook minder aan mij.
Ik zou toch iets moeten kunnen doen?
Daardoor kan nietsdoen verrassend hard werken worden. Je ligt misschien op de bank, maar in je hoofd ben je nog steeds bezig met alles wat je eigenlijk zou moeten doen. Je lichaam ligt stil. Maar jij bent nog steeds ‘in dienst’. En zodra er dan een klein beetje energie terugkomt, ontstaat de neiging om die achterstand meteen in te halen.
Een goede dag voelt dan niet als: Mooi, mijn lichaam heeft vandaag iets meer ruimte.
Maar als: Eindelijk. Nu kan ik weer wat doen.
Dat verschil lijkt klein, maar voor herstel is het enorm.
Een betere dag is nog geen grotere belastbaarheid
Dit is een van de lastigste stukken van burn-outherstel. Dat iets vandaag lukt, betekent niet automatisch dat je lichaam het alweer goed kan verwerken.
Je kunt bijvoorbeeld prima een uur ergens zijn.
Je kunt een wandeling maken.
Je kunt boodschappen doen.
Je kunt misschien zelfs weer een tijdje werken.
De belangrijkere vraag is vaak wat er daarna gebeurt.
Kun je na die activiteit nog normaal een gesprek voeren?
Heb je ’s avonds nog iets over?
Hoe slaap je daarna?
Hoe voelt je hoofd de volgende ochtend?
Kun je dezelfde belasting een paar dagen later opnieuw aan zonder dat je klachten weer toenemen?
Ik zie regelmatig dat mensen vooral kijken naar wat er tijdens een activiteit lukt. Terwijl het lichaam de rekening soms pas uren later presenteert. Daarom kan iemand zeggen: “Het ging eigenlijk hartstikke goed.” En dezelfde avond volledig leeg zijn.
Of: “Gisteren kon ik best veel.” Terwijl opstaan de volgende ochtend alweer te veel voelt. Dat maakt burn-out zo verwarrend. Je grens staat niet altijd als een duidelijke slagboom voor je neus. Soms merk je pas dat je eroverheen bent wanneer je hem al lang gepasseerd bent.
Hulpverleners zijn vaak goed geworden in doorgaan
Doorgaan is niet alleen een slechte gewoonte. Het kan jarenlang juist ontzettend nuttig zijn geweest.
Nog even die cliënt helpen.
Je dienst afmaken.
Dat verslag toch afronden.
Niet zeuren wanneer je moe bent.
Eerst zorgen dat iedereen geholpen is en daarna naar jezelf kijken.
Daar kun je behoorlijk ver mee komen. Tot het niet meer werkt.
Een cliënt zei het laatst treffend: haar wilskracht was jarenlang haar grootste kracht geweest, maar uiteindelijk ook haar grootste valkuil. Dat vind ik een belangrijk onderscheid.
Het deel van jou dat nu herstel in de weg kan zitten, is vaak hetzelfde deel waarmee je jarenlang ontzettend veel voor elkaar hebt gekregen.
Daarom werkt alleen zeggen: “Je moet beter je grenzen aangeven.” vaak niet. Waarschijnlijk weet je dat al.
De vraag is eerder: hoe merk je die grens eerder op en hoe leer je erop reageren voordat je automatische neiging tot doorgaan het weer overneemt?
Je lichaam merkt vaak eerder iets dan je hoofd
Voor veel mensen begint een grens niet met de gedachte:
Dit is te veel.
Het begint subtieler.
Je ademhaling verandert.
Je schouders worden strakker.
Geluiden komen harder binnen.
Je merkt dat je sneller geïrriteerd raakt.
Je concentratie neemt af.
Je begint meerdere dingen tegelijk te doen.
Je gaat juist sneller praten of bewegen.
Of je hoofd komt met een bekende zin: Dit kan nog wel even.
Dat zijn precies de momenten die interessant worden. Niet pas wanneer je volledig uitgeput op de bank ligt. Want achteraf herkennen mensen hun grens vaak prima. De kunst is hem steeds iets eerder te leren herkennen. Bij lichaamsgerichte coaching is er aandacht voor deze signalen en voor hoe je erop reageert.
Herstel betekent daarom niet alleen minder doen
Rust is belangrijk, maar herstel vraagt meestal ook om een passende afwisseling van ontspanning en activiteiten. Wat haalbaar is, verschilt per persoon. Je huisarts of praktijkondersteuner kan je hierbij begeleiden. Bespreek werkhervatting met je bedrijfsarts. Daarnaast helpt het om te onderzoeken wat er gebeurt wanneer je energie terugkomt.
Wat doe jij op een betere dag?
Waar versnelt je gedrag ongemerkt?
Bij welke mensen ga je toch weer over je eigen grens?
Wanneer verandert ik kan dit automatisch in dus ik moet dit doen?
En misschien nog belangrijker: kun je stoppen terwijl je nog energie over hebt? Dat klinkt eenvoudig.
Voor iemand die jarenlang gewend is geweest om pas te stoppen wanneer iets af is, iemand geholpen is of het lichaam echt niet meer wil, kan dat juist een van de moeilijkste onderdelen van herstel zijn.
Misschien heb je dus niet meer kennis nodig
Ik spreek regelmatig mensen die al therapie hebben gehad, veel over burn-out hebben gelezen en behoorlijk goed kunnen uitleggen waar hun patronen vandaan komen. Dat inzicht kan heel waardevol zijn. Soms blijft daarna dezelfde frustratie bestaan: “Ik begrijp het allemaal. Alleen op het moment zelf doe ik het toch weer.”
Dan is de volgende stap niet automatisch nog meer begrijpen. Dan kan het veel nuttiger zijn om te onderzoeken wat er precies gebeurt in de minuten en uren voordat je opnieuw over je grens gaat. Een burn-outcoach kan je ondersteunen bij het herkennen van die patronen en het oefenen met ander gedrag.
Welke signalen geeft je lichaam?
Welke gedachte komt er?
Wat probeer je op dat moment op te lossen?
En wat maakt stoppen juist dán zo moeilijk?
Daar begint voor mij een belangrijk deel van duurzaam burn-outherstel. Niet pas achteraf constateren dat het te veel was. Maar steeds eerder leren herkennen wanneer je systeem weer in die bekende stand schiet. Zodat een goede dag uiteindelijk niet meer automatisch eindigt in een slechte dag. En zodat rust niet langer iets is wat je pas neemt wanneer je lichaam je ertoe dwingt.
Ben je hulpverlener of zorgprofessional en herken je dat je heel goed weet wat je anders zou moeten doen, maar jezelf op het moment zelf toch opnieuw voorbijloopt?
Op mijn website lees je meer over hoe ik naar burn-outherstel bij hulpverleners kijk.
Benjamin van Huizen
Burn-outspecialist voor hulpverleners | Therapeut van Huizen


