Militair houdt houten blokjes met de letters PTSD in de handen

Als het gevaar voorbij is, maar je lichaam op scherp staat

Dit artikel laat zien waarom je lichaam na langdurige stress of PTSS alert kan blijven en waarom lichamelijk herstel aandacht verdient.

Geschreven door: Natasja Pruimboom op 17 september 2026

Militair houdt houten blokjes met de letters PTSD in de handen

Deel dit artikel op jouw socials

Je dienst is voorbij. Je hebt je uniform uitgedaan en opgehangen, je portofoon is stil en er komt geen melding meer binnen. En toch voel je dat je lichaam nog “in dienst” is.

Misschien merk je het aan kleine dingen. Een geluid waardoor je direct opkijkt. Je wilt weten wie er binnenkomt. Je zit liever met je rug tegen een muur zodat je overzicht houdt. Je bent moe, maar kunt niet goed slapen.

En misschien denk je: Waarom kan ik niet gewoon ontspannen? Het gevaar is toch voorbij?

Alert zijn is niet verkeerd

Wanneer je werkt bij politie, defensie, brandweer, ambulance of een andere hulpdienst, heb je alertheid nodig. Je moet situaties snel kunnen inschatten, onverwachte veranderingen opmerken en soms binnen een paar seconden handelen.

  • Wie staat daar?
  • Waar is de uitgang?
  • Klopt dit verhaal?
  • Kan deze situatie omslaan?

Dat doe je na verloop van tijd niet allemaal bewust meer. Je merkt dingen op, scant een situatie en reageert soms al voordat je er uitgebreid over hebt nagedacht.

Er gebeurt op zo’n moment ook van alles in je lichaam. Je hartslag kan omhooggaan, je ademhaling verandert en je aandacht en energie worden gericht op wat op dat moment belangrijk is. Best handig tijdens een onveilige situatie, maar thuis heb je datzelfde niveau van paraatheid meestal niet meer nodig.

Einde dienst betekent niet altijd einde spanning

Na een dienst je uniform uittrekken, de deur dichttrekken en rustig naar huis gaan, klinkt heel vanzelfsprekend. In de praktijk werkt dat bij een 24-uursberoep lang niet altijd zo.

Een situatie op straat stopt niet omdat jouw diensttijd voorbij is. Een zaak moet worden afgerond, de mutaties moeten nog worden geschreven, de OvD wacht misschien op je verslag. En ook al ben je alweer terug op het bureau, je hoofd en lichaam zijn nog steeds bezig met wat er is gebeurd. Dat gebeurt niet één keer, dat kan jarenlang, wekelijks en soms dagelijks zo gaan.

Mensen uit hoogrisicoberoepen zijn bovendien vaak goed in doorgaan. Eerst doen wat nodig is, niet bij ieder lastig moment stilstaan. Dat is tijdens het werk een kracht, maar het kan er ook voor zorgen dat je signalen pas laat opmerkt of lange tijd negeert.

Wanneer je lichaam niet goed meer terugschakelt

Langdurige stress en PTSS kunnen het moeilijker maken om echt weer tot rust te komen. Misschien merk je dat je:

  • sneller schrikt;
  • een korter lontje hebt gekregen;
  • minder diep slaapt;
  • moeite hebt met concentreren;
  • voortdurend blijft opletten wat er om je heen gebeurt.

Van buiten hoeft daar weinig van te zien te zijn. Je doet boodschappen, je gaat naar een verjaardag, je kijkt thuis samen een film, maar ondertussen lijkt je lichaam nog steeds dezelfde vraag te stellen:

Is het hier veilig?

En soms merk je pas achteraf hoeveel je al die tijd hebt volgehouden.

“Je moet gewoon wat meer rust nemen”

Dat krijg je dan soms te horen of:

“Ga wat eerder naar bed.”

“Neem een weekend vrij.”

“Doe even rustig aan.”

Dat klinkt logisch en het is meestal goed bedoeld, maar probeer maar eens te ontspannen wanneer je lichaam ontspanning nog niet vanzelfsprekend vindt.

Je kunt op vakantie zijn en toch alles om je heen registreren, Je kunt doodmoe zijn en toch niet kunnen slapen, je kunt eindelijk een dag niets hoeven en juist dan merken hoeveel onrust er eigenlijk in je lichaam zit. Daarom vind ik hersteladviezen die alleen bestaan uit meer rust nemen vaak te eenvoudig.

Ja, rust is belangrijk, maar herstel is meer dan stoppen met werken of een paar dagen niets doen.

Je brein zit niet los van je lichaam

Bij stress en PTSS gaat er veel aandacht naar gedachten, emoties, herinneringen en triggers, maar er is ook een lichaam dat al die tijd meedoet. Een lichaam dat ook gewoon moet slapen, eten, verteren, herstellen en energie maken.

Daarom kijk ik in mijn werk als orthomoleculair therapeut niet alleen naar wat iemand denkt of voelt, maar ook naar slaap, voeding, energie en leefstijl. Niet omdat voeding PTSS kan oplossen en ook niet omdat een supplement traumabehandeling kan vervangen, zo simpel werkt het niet.

Maar wanneer iemand maandenlang slecht slaapt, maaltijden overslaat, op koffie de dag doorkomt en voortdurend uitgeput is, vind ik het logisch om ook naar die lichamelijke belasting te kijken. Je brein zweeft tenslotte niet ergens los boven je lichaam.

PTSS komt ook mee naar huis

En dan is er nog iemand die vaak minder zichtbaar is: de partner.

Als iemand thuis gespannen, prikkelbaar of teruggetrokken is, gebeurt er meestal ook iets met degene die ernaast leeft. Je gaat opletten.

  • Hoe komt hij binnen?
  • Hoe kijkt zij?
  • Is dit een goed moment om iets te bespreken?
  • Zal ik dit maar zelf regelen?
  • Moeten de kinderen even wat rustiger zijn?

Je leert soms zonder dat je het doorhebt om de sfeer te lezen, niet omdat je daar bewust voor kiest, maar omdat je probeert rekening te houden met degene van wie je houdt en voor je het weet ben jij ook aan het scannen. Niet op straat, maar thuis.

Dat stuk ken ik zelf ook

Mijn man werkte bij de forensische opsporing, ik zeg weleens: een beetje zoals CSI, maar dan zonder dat de zaak binnen zestig minuten netjes is opgelost. Niet alles wat hij meemaakte kon of wilde hij thuis vertellen, ondanks dat ik zelf ook werkzaam was geweest bij de politie.

Ik zag vooral signalen, hij sliep slecht, droomde en knarste zijn tanden en ik dacht lange tijd: stress.

Druk op het werk, heftige zaken, slecht slapen, dat gaat wel weer over. Pas later begreep ik beter wat hij mee naar huis droeg, en ook hoeveel je als partner zelf ongemerkt kunt gaan meebewegen. Dat is één van de redenen waarom ik later PTSS Platform ben gestart. Omdat PTSS niet alleen invloed heeft op degene die de diagnose krijgt.

Misschien heb jij helemaal geen PTSS

Misschien lees je dit en denk je: Maar ik heb helemaal geen PTSS.

Dat hoeft ook niet, misschien heb je jarenlang onder hoge druk gewerkt, misschien ben je opgebrand, misschien heb je lange tijd voor iemand gezorgd Of misschien weet je helemaal niet welk label erbij past.

Je merkt alleen: Ik kom niet meer goed tot rust.

Ook dan kan het zinvol zijn om eens te kijken wat jarenlang doorgaan, slecht herstellen of voortdurend alert zijn lichamelijk met je heeft gedaan.

Van herstellen kun je ook weer een prestatie maken

Dat zie ik regelmatig, zeker bij mensen die gewend zijn problemen op te lossen, dan wordt herstel het volgende project.

Gezond eten, sporten, minder koffie drinken, vroeg naar bed, mediteren, supplementen innemen, ademhalingsoefeningen, alles tegelijk en het liefst met snel resultaat. Voor je het weet heb je weer een nieuwe lijst waar je aan moet voldoen. Misschien mag het wat kleiner en niet meteen: Wat moet ik allemaal veranderen? Maar eerst: Wat merk ik eigenlijk?

Dus kijk eens eerlijk naar jezelf en vraag jezelf af hoe gespannen zijn mijn schouders terwijl ik dit leest? Zijn je kaken ontspannen? Ben je moe? Of juist opgejaagd? Wat gebeurt er wanneer het even stil wordt? Niet om daar meteen een oordeel aan te hangen, maar alleen om weer te leren opmerken wat je lichaam je vertelt.

Herstel begint soms met begrijpen

Als je jezelf hierin herkent, betekent dat niet automatisch dat je PTSS hebt. Het betekent ook niet dat er één oplossing is die voor iedereen werkt, maar misschien is het wel een reden om signalen die je al langere tijd merkt serieuzer te nemen.

Niet alles hoeft vandaag opgelost te worden. Soms helpt het al om beter te begrijpen waarom je lichaam reageert zoals het reageert. Van daaruit kun je veel gerichter kijken naar slaap, voeding, belasting, herstel en naar wat voor jou op dit moment eigenlijk haalbaar is.

Gezondheidscoach Natasja Pruimboom

Auteur van dit artikel

Natasja Pruimboom

Vind nu de coach die bij jou past

Soorten coaching
Doelgroepen
Plaatsen