De seizoenen veranderen ieder jaar, maar soms merk je dat niet alleen buiten. Ook vanbinnen kan er iets verschuiven. Je voelt meer onrust, oude patronen komen terug of angst en paniek lijken ineens weer dichterbij. Dat betekent niet automatisch dat je terugvalt. Veranderingen in licht, ritme, slaap en dagelijkse gewoontes kunnen meer met je doen dan je misschien denkt. Juist dan helpt het om niet harder tegen jezelf te vechten, maar te begrijpen wat er gebeurt en opnieuw te kijken naar wat jij nodig hebt.
De zomer loopt langzaam ten einde. De dagen worden korter, het wordt eerder donker en zonder dat we er altijd bewust bij stilstaan verandert ons dagelijkse ritme mee. We zijn minder buiten, krijgen minder daglicht, bewegen soms anders en brengen meer tijd binnenshuis door. Voor de één betekent dat vooral weer wennen aan een jas en donkere ochtenden. Voor een ander gebeurt er vanbinnen iets wat moeilijker uit te leggen is.
Dat kan behoorlijk verwarrend zijn. Zeker wanneer het juist een tijd goed met je ging. Je had meer rust, durfde weer dingen te ondernemen en dacht misschien dat je eindelijk uit dat oude patroon was gestapt. Wanneer je vervolgens merkt dat je opnieuw gaat piekeren, situaties begint te vermijden of sneller gespannen raakt, is de gedachte al snel dat je terugvalt. Toch hoeft dat helemaal niet zo te zijn. Ons lichaam en onze mentale gesteldheid staan niet los van de wereld om ons heen. Veranderingen in licht, slaap, temperatuur, beweging, sociale activiteiten en dagelijks ritme kunnen invloed hebben op hoe we ons voelen. Dat betekent niet dat een bepaald seizoen automatisch angst of paniekaanvallen veroorzaakt, maar een verandering van omstandigheden kan wel maken dat bestaande gevoeligheden en patronen opnieuw duidelijker voelbaar worden.
Waarom oude patronen ineens weer boven kunnen komen
Patronen ontstaan meestal niet zomaar. Gedrag waar je nu misschien last van hebt, kan ooit een manier zijn geweest om jezelf te beschermen of om met spanning en onzekerheid om te gaan. Veel controle willen houden, situaties vermijden, voortdurend nadenken, jezelf aanpassen aan anderen of maar blijven doorgaan terwijl je eigenlijk rust nodig hebt. Op het moment zelf kan dat houvast geven. Het wordt pas lastig wanneer zo’n reactie bijna automatisch ontstaat en je niet meer bewust kiest of het je daadwerkelijk helpt.
Wanneer je omgeving en ritme veranderen, kan ook het gevoel van voorspelbaarheid veranderen. Je slaapt misschien wat minder goed, hebt minder energie of bent meer binnen dan tijdens de zomer. Misschien merk je dat je stemming verandert wanneer de dagen korter worden. Juist op zulke momenten kan je systeem teruggrijpen naar gedrag dat bekend voelt. Controle geeft tijdelijk zekerheid. Vermijden geeft tijdelijk rust. Piekeren kan voelen alsof je grip probeert te krijgen op iets wat je niet begrijpt. Het vervelende is dat juist die oplossingen op langere termijn opnieuw spanning kunnen veroorzaken.
Wat ik belangrijk vind, is dat je jezelf op zo’n moment niet meteen veroordeelt. Wanneer een oud patroon terugkomt, betekent dat niet dat alles wat je hebt opgebouwd verdwenen is. Misschien vraagt de situatie op dit moment gewoon iets anders van je. In plaats van jezelf af te vragen waarom je dit nu alweer hebt, kun je proberen nieuwsgierig te kijken naar wat er veranderd is. Hoe slaap je? Hoeveel rust neem je werkelijk? Hoe ziet je dag eruit? Ben je minder gaan bewegen of naar buiten gaan? Is er meer spanning op je werk of thuis? En hoeveel ruimte geef je jezelf eigenlijk om te merken dat je moe bent?
“Net als de seizoenen hoef jij niet altijd hetzelfde te blijven om in balans te zijn.”
Waarom oude patronen ineens weer boven kunnen komen
Patronen ontstaan meestal niet zomaar. Gedrag waar je nu misschien last van hebt, kan ooit een manier zijn geweest om jezelf te beschermen of om met spanning en onzekerheid om te gaan. Veel controle willen houden, situaties vermijden, voortdurend nadenken, jezelf aanpassen aan anderen of maar blijven doorgaan terwijl je eigenlijk rust nodig hebt. Op het moment zelf kan dat houvast geven. Het wordt pas lastig wanneer zo’n reactie bijna automatisch ontstaat en je niet meer bewust kiest of het je daadwerkelijk helpt.
Wanneer je omgeving en ritme veranderen, kan ook het gevoel van voorspelbaarheid veranderen. Je slaapt misschien wat minder goed, hebt minder energie of bent meer binnen dan tijdens de zomer. Misschien merk je dat je stemming verandert wanneer de dagen korter worden. Juist op zulke momenten kan je systeem teruggrijpen naar gedrag dat bekend voelt. Controle geeft tijdelijk zekerheid. Vermijden geeft tijdelijk rust. Piekeren kan voelen alsof je grip probeert te krijgen op iets wat je niet begrijpt. Het vervelende is dat juist die oplossingen op langere termijn opnieuw spanning kunnen veroorzaken.
Wat ik belangrijk vind, is dat je jezelf op zo’n moment niet meteen veroordeelt. Wanneer een oud patroon terugkomt, betekent dat niet dat alles wat je hebt opgebouwd verdwenen is. Misschien vraagt de situatie op dit moment gewoon iets anders van je. In plaats van jezelf af te vragen waarom je dit nu alweer hebt, kun je proberen nieuwsgierig te kijken naar wat er veranderd is. Hoe slaap je? Hoeveel rust neem je werkelijk? Hoe ziet je dag eruit? Ben je minder gaan bewegen of naar buiten gaan? Is er meer spanning op je werk of thuis? En hoeveel ruimte geef je jezelf eigenlijk om te merken dat je moe bent?
Angst en paniek maken die verandering soms extra spannend
Wanneer je bekend bent met angst of paniekaanvallen kan een verandering in hoe je lichaam voelt behoorlijk spannend zijn. Misschien voel je ineens je hart sneller kloppen, merk je spanning in je borst, voel je je licht in je hoofd of heb je het gevoel dat je ademhaling anders is. Veel lichamelijke sensaties kunnen allerlei onschuldige oorzaken hebben, maar wanneer je eerder een paniekaanval hebt meegemaakt, kan je hoofd zo’n gevoel onmiddellijk herkennen als mogelijk gevaar.
Daar kan een lastige cirkel ontstaan. Je voelt iets in je lichaam en schrikt daarvan. Omdat je schrikt, neemt de spanning toe. Vervolgens voel je die extra spanning en wordt dat voor je hoofd opnieuw een bevestiging dat er iets aan de hand moet zijn. Je gaat controleren. Je let op je ademhaling, je hartslag of ieder ander signaal in je lichaam. Misschien ga je situaties vermijden omdat je bang bent dat het opnieuw gebeurt. Langzaam wordt de angst voor een nieuwe paniekaanval bijna belangrijker dan wat je oorspronkelijk voelde.
Juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar de angst zelf te kijken. Wat gebeurt er rondom die angst? Hoeveel spanning draag je al mee? Welke gedachten ontstaan zodra je iets in je lichaam voelt? Wat doe je vervolgens om dat gevoel onder controle te krijgen? En helpt dat werkelijk, of zorgt het ervoor dat je nog meer met de angst bezig bent? Soms zit de eerste verandering niet in het laten verdwijnen van angst, maar in anders leren reageren wanneer die angst zich aandient.
“Je hoeft de angst niet eerst weg te krijgen om weer regie te voelen. Soms begint regie juist bij blijven wanneer je het liefst wilt vluchten.”
Niet alles wat terugkomt is een terugval
Wanneer je hard aan jezelf hebt gewerkt, kan het frustrerend zijn als oude gevoelens opnieuw naar boven komen. Je dacht misschien dat je verder was en ineens voelt het alsof je opnieuw aan het begin staat. Toch is er een belangrijk verschil tussen iets opnieuw voelen en daadwerkelijk terug bij af zijn. Alles wat je inmiddels hebt geleerd en ervaren is er nog steeds. Je hebt misschien al ontdekt dat spanning kan zakken, dat een paniekaanval voorbijgaat en dat je meer aankunt dan je op sommige momenten denkt.
Herstel betekent voor mij daarom ook niet dat je nooit meer angst, spanning of onzekerheid ervaart. Het betekent dat je steeds beter leert herkennen wat er met je gebeurt en weet hoe je daarop kunt reageren zonder jezelf direct kwijt te raken. Soms gaat dat gemakkelijk en soms heb je daar hulp bij nodig. Beide zijn prima.
In mijn begeleiding bij Selectiv-Counseling werk ik juist vanuit die gedachte. Ik geloof niet zo in iemand vertellen dat hij gewoon positiever moet denken of zich over zijn angst heen moet zetten. Ik kijk liever samen met je naar wat er werkelijk gebeurt, waar jouw reactie vandaan komt en wat jij nodig hebt om opnieuw rust en regie te ervaren. Mijn manier van werken is rustig en persoonlijk, maar ook praktisch en direct. Geen eindeloos ingewikkeld verhaal en geen zweverige oplossingen. Wel aandacht voor jou als mens, voor wat veilig voelt en voor kleine veranderingen die je ook buiten de gesprekken kunt gebruiken.
Eerst veiligheid, daarna verandering
Binnen mijn CRES methodiek begint verandering daarom bij Comfort. Niet omdat alles comfortabel moet zijn, maar omdat er voldoende veiligheid nodig is om überhaupt te kunnen onderzoeken wat er gebeurt. Wanneer je lichaam en hoofd voortdurend in alarm staan, is het moeilijk om helder te voelen, denken en kiezen. Soms betekent de eerste stap daarom niet dat je harder aan jezelf moet werken, maar juist dat je opnieuw wat rust en voorspelbaarheid in je dagelijkse leven brengt.
Daarna kijken we naar Regie. Wat kun je daadwerkelijk beïnvloeden? Je kunt niet bepalen wanneer de herfst begint, hoeveel uren daglicht er zijn of dat je nooit meer angst zult voelen. Je kunt wel invloed krijgen op wat je doet wanneer je merkt dat spanning toeneemt. Je kunt leren herkennen wanneer je begint te vermijden, wanneer controle het overneemt en wanneer je gedachten steeds dezelfde rondjes draaien. Regie betekent dan niet dat je alles onder controle hebt. Het betekent dat je weer mogelijkheden ziet om te kiezen.
Expressie gaat over ruimte geven aan wat er werkelijk speelt. Misschien ben je moe. Misschien heb je maandenlang meer van jezelf gevraagd dan je eigenlijk kon dragen. Misschien roept een bepaalde periode herinneringen op of merk je simpelweg dat donkere dagen meer invloed op je hebben dan je dacht. Je hoeft dat niet onmiddellijk op te lossen. Soms begint verandering met eerlijk erkennen wat er op dit moment aanwezig is.
Stabiliteit betekent vervolgens niet dat je nooit meer uit balans raakt. Het betekent dat je steeds beter weet hoe je kunt terugkeren wanneer dat wel gebeurt. Je herkent signalen eerder, begrijpt je eigen patronen beter en weet welke kleine dingen jou helpen om weer rust te vinden. Daardoor hoeft een moeilijke dag, week of periode niet meteen te betekenen dat je opnieuw helemaal vastloopt.
Misschien hoef je niet harder te vechten
Wanneer je merkt dat een ander seizoen invloed heeft op hoe je je voelt, probeer daar dan niet onmiddellijk een oordeel aan te hangen. Misschien slaap je tijdelijk anders, heb je minder energie of voel je meer spanning. Misschien klopt een oud patroon opnieuw aan. Kijk eerst eens wat er gebeurt voordat je besluit dat het misgaat. Vraag jezelf af wat er veranderd is en wat je op dit moment nodig hebt.
En wanneer angst of paniek steeds meer ruimte begint in te nemen, hoef je ook niet te wachten totdat het echt niet meer gaat. Hulp vragen betekent niet dat je het zelf niet kunt. Soms is het juist prettig wanneer iemand naast je zit, meekijkt naar wat er gebeurt en samen met jou het geheel weer wat overzichtelijker maakt.
De seizoenen zullen blijven veranderen en wij veranderen daarin mee. Misschien zit echte stabiliteit daarom niet in altijd hetzelfde blijven, maar in steeds beter leren herkennen wat jij nodig hebt wanneer omstandigheden veranderen. Niet harder vechten tegen jezelf, maar begrijpen wat er gebeurt en van daaruit opnieuw keuzes maken.
Rust komt niet altijd doordat alles om je heen rustig wordt. Soms begint rust op het moment dat je niet meer tegen jezelf hoeft te vechten.

